Tag: carriere

In gesprek met Sarah van Dongen

Zomervakantie! Een fijne tijd om lekker vrij te werken in je schetsboek. Om jullie alvast te inspireren, gaan ik deze keer in gesprek met een illustrator en zeer gedreven schetsboektekenaar Sarah van Dongen.

Sarah’s volgeschilderde schetsboek pagina’s komen bijna dagelijks voorbij in onze Instagram feed. Ze vallen op door haar herkenbare eigen stijl, haar prachtige kleurgebruik en mooie composities. Daarbij geeft Sarah ook vaak een kijkje in haar werkproces. Dit maakt haar werk niet alleen fijn om naar te kijken maar ook heel inspirerend. We zijn heel blij dat Sarah ons in dit interview meer wil vertellen over haar werk en haar werkproces. Aan het einde van dit interview geeft ze ons nog een paar hele goede schetsboektips.

Hoe is je creatieve carrière begonnen?
Als kind was ik altijd al creatieve dingen aan het doen. Met een klein beetje hulp maakte ik poppen, poppenhuizen, meubeltjes en poppenkleren. Mijn moeder en oudere broer hebben de kunstacademie gedaan, maar op de een of andere manier dacht ik dat ik dat niet kon. Ik heb literatuurwetenschap gestudeerd, maar daarnaast heb ik altijd teken- en schildercursussen gevolgd. Toen ik de Master Children’s Book Illustration in Cambridge ontdekte, leek mij dat zo fantastisch dat ik me aanmeldde. Tegen mijn verwachtingen in, werd ik aangenomen.



Heb je altijd veel gewerkt in je schetsboek?
Toen ik klein was vond ik tekenen nutteloos, want zodra de tekening af is kun je er niks anders mee dan hem ophangen. Ik maakte altijd functionele dingen waar ik mee kon spelen. Maar als tiener werd het spelen steeds moeilijker en stopte ik met dingen maken. Ik vond dat een hele moeilijke tijd. Iets wat ik dagelijks deed, waar ik goed in was en waarin ik mij veilig voelde, was ineens verdwenen. Van mijn vader kreeg ik een mooi leeg boek met een zachte kaft met rozen erop en handgeschept papier. Hierin begon ik te tekenen. Dat is nu 13 jaar geleden en ik teken nog steeds het liefst in schetsboeken. Ik tekende vooral prenten uit mijn favoriete kinderboeken na, nostalgisch naar de tijd die net voorbij was.
Mijn schetsboeken zijn een soort dagboeken. Ze zijn een veilige plek waarin ik kan experimenteren. Ze houden mij ook een spiegel voor wat betreft productiviteit. Ik weet dat wanneer ik elke dag teken, het de volgende keer een beetje makkelijker wordt. En in mijn schetsboek zie ik wanneer ik voor het laatst heb getekend, want ik zet overal een datum bij.

Waar haal jij je inspiratie vandaan?
Ik teken vaak dingen die ik zie en tegenkom of herinneringen uit mijn jeugd. Hierdoor merk ik echter dat er van alles is wat ik niet teken en dus ook niet oefen. Daarom ben ik begonnen met het tekenen van verschillende beroepen. Elke woensdag post ik een nieuwe tekening op mijn Instagram en kondig ik het beroep van de volgende week aan. Iedereen kan (een keer) meedoen.

Alles kan dienen als inspiratie, maar ik merk wel dat ik mezelf een beetje moet dwingen nieuwe dingen te tekenen en op te blijven letten. Anders ga ik niet vooruit of worden mijn tekeningen teveel hetzelfde en gaat het vervelen.

Wat is je favoriete schetsboek en met welke tekenmaterialen werk je daarin het liefste?
Hahnemühle ‘Nostalgie’. Dit is een schetsboek met wat dikkere, gladde pagina’s (180 g/m2). Het papier is ideaal wanneer je verf en potlood gebruikt.

Royal Talens ‘Art Creations’, een heel goedkoop schetsboek in veel verschillende maten. Het papier is dunner, maar daardoor nodigt het veel meer uit tot vlug schetsen en experimenteren. Hierin ga ik trouwens ook volop los met waterverf. Het bobbelt dan wel een beetje, maar dat vind ik niet erg.

Ik gebruik Royal Talens Gouache voor de onderlaag, de grove vormen en kleuren. Daarna gebruik ik materialen die ik voor handen heb: kleurpotloden, krijtjes, Ecoline brush pens en Tomboy stiften (wateroplosbare stiften) en Posca markers (dekkende acrylstiften)

Neem je altijd een tas vol tekenmaterialen mee naar locatie of werk je een schets later verder uit?
Ik heb bijna altijd al mijn tekenmaterialen bij me. Ook als ik een stuk ga fietsen of als ik naar een feestje ga neem ik voor de zekerheid zoveel mogelijk mee. Als ik met een tekening begin maak ik hem of ter plekke af, of hij blijft onaf. Ik ben er niet zo goed in om later aan iets verder werken. Op locatie werken heeft voor- en nadelen. Sommige plekken zijn heel inspirerend en dan maak ik ineens iets wat ik anders nooit gemaakt zou kunnen hebben. Tijdsdruk zorgt er soms ook voor dat tekeningen beter worden. Maar andere keren werkt het niet. Het weer zit niet mee, ik voel mij heel ongemakkelijk, of kan mij niet concentreren. De kunst is dan om de moed niet te verliezen. Vaak maak ik dan foto’s om thuis na te tekenen, zoek ik een plaatje op mijn telefoon om na te tekenen of ik ga wat anders doen dan tekenen, zoals schrijven.

Werk je graag op locatie of liever van foto’s?
Foto’s natekenen is heel veel makkelijker dan op locatie werken of vanuit je fantasie. De fotograaf (of je dat zou zelf bent of niet) heeft al een compositie gekozen en het beeld staat stil. Als je van foto’s natekent kan de tekening daardoor wat stijf aanvoelen. Maar omdat het makkelijk is, ligt de drempel lager. Als ik het even niet weet, als ik moe ben of als ik gewoon moet weten hoe iets zit, teken ik na van foto’s. Maar ik probeer dan een tijdje naar de foto te kijken, hem dan weg te leggen en dan mijn herinnering van de foto te tekenen.



Waar ben je op dit moment mee bezig?
Ik ben net klaar met het illustreren van een gedichtenboekje over geboorte van Uitgeverij Loopvis. Deze ligt vanaf augustus in de winkel. En nu ben ik bezig met het illustreren van een kinderboek over volkstuintjes.

Wat is je toekomstdroom?
Dat mijn illustraties overal op staan, haha. Ik denk aan kleding, handdoeken, stationary, bekers, douchegordijnen etc. En dat je dat dan overal kan kopen. Maar het liefst maak ik kinderboeken, en dan over een beetje moeilijke onderwerpen zoals de dood, verdriet of psychische stoornissen.

Sarah’s schetsboektips
– Als je bang bent te beginnen op een lege pagina, maak eerst een kader met potlood waarbinnen je gaat tekenen. Of breng een lichte laag verf aan waarover je daarna gaat tekenen
– Gebruik in het begin niet te veel kleuren. Iets (na) tekenen met maar 2 of 3 kleuren is een hele goede oefening en ziet er vaak leuk uit. (Bijvoorbeeld blauw en oranje (complementaire kleuren) of juist kleuren die dicht bij elkaar liggen zoals oranje en geel)
– Tekening af? Stop een leeg papiertje ertussen zodat de tekening niet doordrukt naar de tegenoverliggende pagina. Als je boekje vol is kun je de losse velletjes er allemaal uithalen. (Als je alleen maar verf gebruikt hoeft dit niet)
– Als je buiten gaat werken zijn grote klippen handig om je schetsboek open te houden. Met een beetje wind waarin de pagina’s anders heen en weer/dicht.

De gum van Sarah van Dongen

Foto’s en illustraties: Sarah van Dongen
Portretfoto: Laura van der Have

Shop the story
Nog meer Sarah

Sarah’s favoriete illustratoren
Fiep Westendorp
Júlia Sardà
Beatrice Alemagne
Vessela Nikolova
En nog vele anderen

Wil je Sarah blijven volgen? Goed idee!
Website
Instagram

Dit artikel bevat affiliatie links.

Wen Sylvestre: Inspiratie putten uit je eigen digitaal beeldarchief

wen_featured3b

De Gumclub wil van alles delen en laten zien, maar vooral ook jullie aan het woord laten en met jullie kennis delen. Daarom hebben we bedacht dat de vragen die wij binnen krijgen, ook door te geven aan andere illustratoren: we hopen zo een palet aan verschillende aanpakken te kunnen laten zien. In onze vorige editie kan je de reacties lezen op de vraag: Hoe zorg je voor een overzichtelijke archivering van je werk?
Deze keer willen we de vraag beantwoorden: hoe krijg je een idee? Omdat we het antwoord van Wen Sylvestre zo goed en relevant voor deze tijd vinden plaatsen we het hier los van de anderen antwoorden. Er komt dus nog een deel twee op deze vraag met de reacties van verschillende andere illustratoren.

Inspiratie putten uit je eigen digitaal beeldarchief

Voor inspiratie en fotoreferenties voor mijn illustraties probeer ik zoveel mogelijk te werken vanuit mijn eigen fotografie. Dit helpt me om mijn werk persoonlijk en “van mij” te laten zijn. Ik maak heel graag foto’s en neem vaak een camera mee, waar ik ook naar toe ga. En met een smartphone op zak heb je eigenlijk altijd wel een camera bij de hand. Ik fotografeer van alles: landschappen, dieren, mensen (wel voorzichtig mee zijn en nooit exact natekenen voor commercieel gebruik), details, patronen, lichtval, luchten, kleuren, etc.

In eerste instantie archiveer ik mijn foto’s op datum. Elke dag een eigen mapje. In de mapnaam geef ik naast de datum kort aan waar de foto’s gemaakt zijn en/of wat voor soort foto’s het zijn (zoals “natuur” of “stad”). Maar al snel kwam ik erachter dat dit niet voldoende was. Want wanneer waren we ook al weer naar de Veluwe geweest? En wanneer naar Amsterdam? Dat was elke keer een hoop gezoek. Daarom ben ik naast dit chronologische archief nog een tweede archief gaan maken.
De hoofdmappen in mijn tweede archief zijn ingedeeld per thema: flora, fauna, mensen, natuur, urban. De hoofdmappen zijn weer verdeeld per onderwerp, zoals diersoort of soort landschap. Het is niet erg als het niet altijd lukt om een goede indeling te maken, alle beetjes helpen. Dit archief is nog in opbouw, wat best veel werk is. Maar het loont wel!

work by Wen Sylvestre

Als ik dan voor een illustratie bijvoorbeeld een paddenstoel nodig heb, dan zoek ik bij flora/paddenstoelen. Soms gebruik ik het exacte voorbeeld van een foto, soms combineer ik meerdere foto’s, zoals bij de paddenstoelen in bijgaande illustratie.

De foto’s hoeven niet supermooi te zijn om te kunnen gebruiken. Zolang het onderwerp er maar duidelijk op staat. Het is erg leuk om je eigen foto’s te gebruiken als uitgangspunt voor je illustraties. Ik heb gemerkt dat ik daardoor veel minder de neiging heb om na te doen wat anderen hebben gemaakt. Ik werk meer vanuit mijzelf. En als ik geen foto’s van een bepaald onderwerp heb, dan is dat gelijk een mooie reden om achter die computer of werktafel vandaan te komen en erop uit te gaan!

tekst en illustraties: Wen Sylvestre

onze lijst met vragen:
concept: Hoe krijg je een idee?
tijd: Hoe ziet je dag er uit? Hou je de tijd bij die je in een project steekt? Hoe zorg je ervoor dat je je kan concentreren?
leren: Wat wil -of ‘moet’ je nog leren? Wat was een goede ‘les’, welke cursus / workshop heb je gevolgd?
acquisitie: Wat doe / deed je aan acquisitie?
werkmethodiek: Hoe te beginnen, wat zijn de volgende stappen en wanneer is het ‘af’?
naar buiten: bezoek je weleens een beurs? conferentie? verkoop je op een markt?
facturen: hoe bepaal je een goede prijs voor je werk?
Wen Sylvestre volgen? goed idee!
website
instagram
gratis e-book -over eigen beeldbibliotheek maken- van Wen
pinterest

Wil je -af en toe- meedoen aan dit panel? Heel fijn! Stuur dan een mail naar hallo@gumclub.nl. In bovenstaand geel kader vind je een overzicht van de vragen die de komende tijd aan bod komen. Als je ons een mailtje stuurt en aangeeft dat je mee wil doen zullen we je af en toe mailen en één van deze vragen eventueel beter toelichten. Maar ook als jij een vraag hebt horen we dit natuurlijk graag en voegen we die toe aan onze lijst.

Hoe bewaar jij je werk? Over een archief maken en bestanden opslaan.

mappen_featured

De Gumclub wil een ‘platform’ zijn voor en door illustratoren. We willen graag delen: mooi werk, goede tips, interessante workshops om te volgen, enzovoorts. We krijgen niet alleen veel tips en mooi werk van jullie te zien, maar ook regelmatig vragen. De Gumclub heeft nu een flinke lijst vragen waarvan we denken die voor jullie interessant en relevant kunnen zijn. Deze vragen geven we dus weer door. Aan jullie! Voor de eerste paar vragen hebben we een aantal creatieven benaderd: een soort Gumclub-panel dus. Wil je -af en toe- meedoen aan dit panel? Heel fijn! Stuur dan een mail naar hallo@gumclub.nl. Onderaan dit artikel vind je een overzicht van de vragen die de komende weken aan bod komen. Als je ons een mailtje stuurt en aangeeft dat je mee wil doen -joehoe!- zullen we je af en toe mailen en één van deze vragen eventueel beter toelichten. Maar ook als jij een vraag hebt horen we dit natuurlijk graag.

Deze keer beantwoorden Gemma Pauwels, Monique van der Vlist, Esther Verhoef en Claudi de vraag: Hoe bewaar jij je werk?

mappen_verticaal
Claudi Kessels:
Ik ben een mappenmens! Ik hou van schetsboeken maar ik ben er helaas niet goed in om een schetsboek ‘overzichtelijk’ bij te houden. Ooit las ik in een interview met Sieb Posthuma dat hij voor ieder project een nieuw / eigen schetsboek aanschafte. Dat lijkt me heerlijk! Maar het werkt voor mij niet. Ik maak mijn schetsen vaak op losse papiertjes, scheur en knip kleuren en inspirerende beelden uit. Mijn illustraties werk ik uit op papier dat goed op mijn scanner past: good old A4 papier dus. Mijn oplossing: archiefmappen. Ieder ‘project’ een eigen archiefmap. Archiefmappen hebben vaak ook mooie kleuren. Heerlijk om in kantoorboekwinkels op zoek te gaan naar nieuwe ‘mappen’ (yep: rock and roll!). Ik schrijf de titel van een project niet meer op de map zelf maar op een papieren washitape. Na een tijdje mag dit archief wel in de papierbak en gebruik ik de map voor een nieuw project.

Digitaal vind ik het lastiger om een heldere structuur aan te brengen. Wat helpt is om dat ik mijn bestanden een goede naam geef. De basis voor mijn bestandsnaam is als volgt: NaamTijdschrift_editie_titel_Claudi_kessels. Ja, ook mijn eigen naam: dit is voor een opdrachtgever heel handig.
Als ik nog aan het werk ben aan een bestand -of een tijdelijke versie stuur naar mijn opdrachtgever- zet ik altijd de datum in mijn bestandsnaam. Dan wordt het bijvoorbeeld: ExperienceLife_September_FashionableFood_Claudi_kessels_02052019.psd. Zo weet ik altijd wat mijn laatste versie is. Nou ja, bijna altijd. De definitieve bestanden hebben bij mij geen datum en zijn een tiff.
book_files
Het boek ‘Don’t read this book – Time management for creative people’ van Donald Roos geeft een mogelijke structuur voor een digitaal archief. Hij stelt voor om een model structuur aan te maken die je voor ieder project kan kopiëren en invullen. Zo kan je bijvoorbeeld Current – Old – en Pipeline gebruiken. Een ander voorstel uit dit boek is per jaar één folder / map aan te maken en dit weer in maanden verdelen. Dit systeem gebruik ik voor mijn administratie.

Gemma Pauwels:

archief_illustratie

illustratie: Gemma Pauwels – vrij werk

Mijn illustratiewerk heeft vaak analoge onderdelen, gescande papierknipsels of handgemaakte patronen, maar het grootste deel van de illustraties in opdracht maak ik op de Ipad en computer. De papiertjes slingeren door het hele huis en verstoppen de stofzuiger, maar op mijn computer is het behoorlijk gestructureerd. Dat moet ook want anders ben je het overzicht kwijt en daarbij ook je werk. z mappenstructuur_gemma

Ik heb een aantal verschillende mapjes zoals ~nu en ~commissioned nu, in ~nu staan de lopende projecten. Waar ik letterlijk NU mee bezig ben. ~commissioned nu bestaat uit mappen van terugkerende opdrachtgevers. Per opdrachtgever sla ik de projecten op per jaar en het liefst nog genummerd op volgorde. Toen ik net begon als illustrator werkte ik minder netjes en daar ben ik later op afgerekend. Als iemand je vraagt om de grote bestanden die dan nergens meer te vinden zijn. Dat is erg frustrerend. Dat overkomt me gelukkig nu niet meer! Verder staat alles op dropbox en maak ik (kuch) regelmatig een back-up.
Ook heb ik dozen vol met schetsboeken. Daar staat echt alles in, bijna een soort dagboek. Het begint wel een beetje uit de hand te lopen, maar dat is voor latere zorg 😉

Esther Verhoef – Stouthandel Illustraties:

Mijn papieren “archief” bestaat uit mappen met illustraties en ander teken-/collagewerk. De enige orde die daarin zit, is van groot naar klein – omdat de mappen verschillende formaten hebben. Digitaal probeer ik wél geordend te blijven, omdat me dat veel zoektijd scheelt. Ik maak per opdrachtgever, per project een map met submappen aan. Meestal lukt het me om binnen die mappen het overzicht te bewaren; alleen bij grotere projecten loopt dit soms een béétje mis.

En dan willen we nog graag een tip van Monique van der Vlist- Happy Makers Blog delen over het bijhouden van lijsten:

Probeer de gratis app Workflowy eens uit. Je kunt op een simpele manier structuur aanbrengen in je projecten en bepaalde onderdelen uit Workflowy delen met anderen. Het is natuurlijk heel persoonlijk maar voor verschillende deelnemers aan mijn training werkt het goed.

volgende vragen en links naar Gemma, Monique en Esther
concept: Hoe krijg je een idee?
tijd: Hoe ziet je dag er uit? Hou je de tijd bij die je in een project steekt? Hoe zorg je ervoor dat je je kan concentreren?
leren: Wat wil -of ‘moet’ je nog leren? Wat was een goede ‘les’, welke cursus / workshop heb je gevolgd?
acquisitie: Wat doe / deed je aan acquisitie?
werkmethodiek: Hoe te beginnen, wat zijn de volgende stappen en wanneer is het ‘af’?
naar buiten: bezoek je weleens een beurs? conferentie? verkoop je op een markt?
meer van Gemma, Esther en Monique
instagram van Gemma Pauwels
website van Gemma Pauwels
instagram van Esther Verhoef – Stouthandel Illustraties
website van Esther Verhoef – Stouthandel illustraties
instagram Monique van der Vlist – Happy Makers Blog
website Monique van der Vlist – Happy Makers Blog

dit artikel bevat een affiliate link.

read all about it: illustratie is geen hobby!

bubblegum_corineteuben_hp

Kennen jullie de Association of Illustrators al? Een Britse organisatie voor illustratoren. Het is de moeite waard regelmatig een kijkje te nemen op de website. Er worden bijzondere prentenboeken en graphic novels besproken, je leest er interviews met illustratoren en ze houden je op de hoogte van allerlei evenementen en wedstrijden.

AOI-Campaign-Image-by-Cathal-Duane
illustratie door Cathal Duane

Het is bovenal een organisatie die opkomt voor de illustratoren. In april ging de campagne: ‘illustration is not a hobby’ van start. Een fantastisch initiatief. Op de website ‘Lecture in Progress‘ lees je een interview met een van de gangmaaksters: Lou Bones.
Lou Bones ontmoette ik trouwens ooit in Londen: ik had me ingeschreven voor een portfolio bespreking tijdens het illustratie festival. Even had ik spijt. Dat kwam natuurlijk omdat ik doodeng vond. Toch is het is één van de beste dingen die ik heb gedaan tijdens mijn illustratie carrière. Misschien niet zozeer vanwege het gesprek, al heb ik daar ook veel aan gehad. Voor mij was het heel belangrijk dat ik een portfolio bewust had samengesteld: ik had mijn ‘beste werken’ uitgezocht, mooi geprint en op volgorde in een map gedaan. Ik was naar Londen gereisd en was klaar voor kritiek. Ik nam mezelf serieus als illustrator.
Dit wil niet zeggen dat ik het makkelijk vind om voor mezelf als illustrator op te komen, te onderhandelen of altijd alle opdracht overeenkomsten goed te lezen. Maar ik begrijp wel dat het belangrijk is. Voor mij, mijn werk en het vak illustratie. En zo ben ik ook weer terug bij de nieuwe campagne van de AOI.

bubblegum_corineteuben

De illustratie op onze homepage is van Corine Teuben: Corine volgde onze eerste portfolio bespreking.

Daar zag ik wat een enorm -veelzijdig- talent Corine is! Dat zagen anderen ook want werk van Corine vind je in het VT POSTERBOEK. Op het instagram account van Corine kan je haar werk volgen. Ook een aanrader, want Corine maakt super goed en inspirerend werk.

Esther Mols: ‘procrastination’ een mooi woord, maar ik heb er wel last van.

procastination-2

procastination-2

Eén van mijn favoriete engelse woorden is ‘procrastination’. Ik vind het zo mooi klinken, al struikel ik meestal over de tweede r. Het betekent uitstelgedrag. Lang niet zo poetisch, maar ik ken het maar al te goed. Mijn hele school en studie carrière had ik er last van. Ik begon altijd pas met leren als ik echt niets anders meer kon verzinnen. Maar ook vandaag de dag gaat het helaas niet echt anders.

Het is zondagochtend en ben vast van plan om iets geweldigs moois te gaan maken. Ik weet nog niet precies wat, maar de inspiratie komt vanzelf als ik eenmaal aan de slag ga. Iedereen in huis slaapt nog en ik heb het rijk alleen voor een paar uurtjes.

Ik leg alles klaar. Maak koffie. Zet fijne muziek op. Doe nog even een wasje in de machine. Ruim gelijk even de afwasmachine uit. Ga naar Pinterest voor wat inspiratie. Kom via een link terecht op het Instagram profiel van een hele coole illustrator die ik helemaal niet kende. Ga naar haar website en zie dat ze ook een blog heeft. Ik lees wat stukjes. Echt interessant. Ik ontdek dat ze een paar prachtige boeken heeft geïllustreerd. Ik doe de boeken in het winkelmandje van de webshop van mijn favoriete lokale boekhandel. Zie dat de mensen die dezelfde boeken kochten, ook interesse hadden in andere toffe boeken. Ik bekijk die boeken gelijk maar even nu ik toch hier ben. Ze zijn inderdaad echt de moeite waard. Ik doe ze ook in mijn mandje. Ik klik op het winkelmandje om te betalen en zie tot mijn schrik dat ik €183,50 moet afrekenen. Dan delete ik alles en klik de website weg.

Ik bedenk me dat ik wel echt wat nieuwe fineliners nodig heb. En nieuwe schetsboeken. Ik ga nog snel even naar die fijne online kunstenaarsbenodigdheden winkel. Ooooo, ze hebben gouache in de aanbieding. Daar wil ik eigenlijk al zo lang iets mee. Ik heb alleen een paar uitgedroogde tubetjes. Daar kan ik natuurlijk nooit iets moois mee maken. Ik selecteer een aantal basiskleuren. En een paar hele mooie extra kleuren. Heb je eigenlijk speciale kwasten nodig en dat het daarom tot nu geen succes was? Nog een heel handig boek erbij over de basics van gouache. Als ik iets doe, dan doe ik het goed. Klaar. Als ik wil afrekenen zie ik ook hier tot mijn schrik een enorm bedrag. Dat moet toch even wachten tot die klant betaald heeft. Klik. Site weg.

Ik hoor geluid op de trap, kind nummer één komt naar beneden. En ineens is de vrije ochtend voorbij. En niets op papier.

Dat ik het leren van mijn Franse woordjes uitstelde toen ik nog op de middelbare school zat, okay, maar tekenen? Waar ik zo dol op ben. Ik snap er niets van.

Kennen jullie dat? Tips iemand?

illustratie: Esther Mols
Esther Mols kun je volgen op instagram, haar website én ze is gastcolumnist voor de Gumclub, dus ook bij ons!

How to be an illustrator – Darrel Rees

how_to_be_voorkant2

Als illustrator gun ik mezelf af en toe een mooi geïllustreerd boek. En sommige boeken zijn niet alleen mooi en inspirerend maar ook waardevol om verder te komen met je werk. Zo’n boek is voor mij: ‘How to be an illustrator‘ van Darrel Rees. Gewoon echt een helder en praktisch boek waarin veel van mijn vragen beantwoord worden. Een boek voor iemand die begint aan een carrière of die net bezig.
how_to_be_spread1
Where does simply drawing end and becoming an illustrator begin?

Deze vraag staat in de introductie van het boek ‘How to be an illustrator’ en wordt in hapklare brokken uitgelegd. Wat was ik blij met dit boek en de overzichtelijke stappen om tot een antwoord van deze vraag te komen. Want als je begint als illustrator komt er nogal wat op je af: hoe bouw je een goed portfolio op? Hoe breng je jouw werk onder de aandacht? Wat verwacht een opdrachtgever als hij vraagt om ‘schetsen’ …?

Natuurlijk, je moet het nog wel zelf gaan doen. Jij moet in die illustratievijver springen. Na die sprong begint het echte werk pas en moet je gaan zwemmen. Dan is het toch heel fijn als iemand je af en toe de goede kant op stuurt. Of beter nog, ook in het water duikt en een stukje met je mee zwemt. Zoiets doet Darrel Rees met dit boek.

De onderwerpen die in het boek aan bod komen zijn verdeeld in de volgende hoofdstukken:

starten
portfolio samenstellen
acquisitie
je eerste opdracht
vergoeding en facturen
zelf promotie
samenwerken
agentschappen

how_to_be_spread2

Praktisch en overzichtelijk. En dat is het boek ook echt. Ieder hoofdstuk is weer in verschillende heldere, korte onderdelen verdeeld, boordevol goede tips en advies. Maar het is niet alleen een ‘zakelijk’ boek. Rees heeft zowel als art director als illustrator gewerkt en schrijft eerlijk over zijn eigen twijfels, ideeën en dingen die achteraf niet zo handig waren.

Art directors are at the top of the food chain

Interviews

In ieder hoofdstuk staan verschillende interviews: met illustratoren, art directors of andere opdrachtgevers. Rees stelt de vragen die ook regelmatig door mijn hoofd gaan. Zo vraagt hij aan Simon Esterson -de oprichter van Esterson Associates – de vraag wanneer hij kiest voor illustratie in plaats van bijvoorbeeld fotografie. Esterson antwoordt: “When it’s a complex idea that needs a simple explanation. When you’ve already got too many photographs, when the article makes you laugh. When you’ve just seen a great piece of work and think. I must get that illustrator to do something ….” Zo’n antwoord, daar kan ik wat mee.
Heel fijn vind ik de interviews met de verschillende illustratoren: door de voorbeelden van hun werk en de antwoorden krijg je een bepaald beeld van de verschillende persoonlijkheden. De interviews staan verder ook vol met adviezen of mogelijkheden om stappen te maken in je carrière. Ook momenten van herkenning. Zo zegt Aude van Ryn bijvoorbeeld “The most daunting aspect was to find myself doing work with no one around who could give me an opinion – no tutors, no students … I hadn’t realized that being an illustrator could be such a lonely job”.

How to … zijn een illustrator, kan dat ook?

Het boek is in Engeland uitgeven en er staan interviews in met illustratoren van over de hele wereld. Toch stuit je soms op dingen die in Nederland niet echt gangbaar zijn. Zoals een ‘fysiek’ portfolio achterlaten bij een uitgever bijvoorbeeld. Ik ben nog geen – Nederlandse – illustrator tegengekomen die dit gedaan heeft. Ik hoorde wel ooit van een Duitse illustrator dat hij afspraken had gemaakt bij verschillende opdrachtgevers voor een bespreking of ‘portfolio drop off’… in Duitsland. Maar behalve dit soort kleine details biedt het boek ook voor de -beginnende- Nederlandse illustrator meer dan genoeg bruikbare informatie en inspiratie.

How to be an Illustrator, Darrel Rees
uitgever Laurence King

dit artikel bevat een affiliate link

In gesprek met Claudi Kessels

feather_flying_featured

Hoe is het om voor een buitenlands illustatie-agentschap te werken? Voor ervaringsverhalen hoeven we gelukkig niet ver te zoeken. Want sinds een jaar werkt onze eigen Claudi voor het New Yorkse illustratoren agentschap Lindgren & Smit. Een goede aanleiding om haar eens flink uit te horen.

Foto Claudi Kessels Gumclub

Claudi Kessels illustratie

Jullie kennen Claudi’s illustraties vast wel van tijdschriften, zoals de Opzij en de Margriet of anders wel van Instagram, waar ze haar werk meerdere keren per week toont. Claudi heeft een prachtige lichte en kleurrijke stijl. Wat haar werk zo bijzonder en eigen maakt zijn de gefotografeerde elementen die ze combineert met inktlijnen en verf. Bloemen worden weelderige kapsels, een waterijsje het lijf van een pinguin en een roze wolk een prachtig zwierende rok. Voor ons normale objecten transformeren zo tot iets geheel anders. Dit maakt haar werk niet alleen een feest om naar te kijken, maar Claudi maakt je daardoor extra bewust van de bijzondere vormen in ons dagelijks leven.
Wij begrijpen daarom heel goed waarom haar werk in Amerika is opgevallen en zijn heel benieuwd naar haar ervaringen.

Kun je ons iets vertellen over de samenwerking met Lindgren & Smith en wat dit betekent voor je werk?
Lindgren & Smit is een agentschap met ongeveer 25 illustratoren. Patricia Lindgren en Piper Smith werken al meer dan 30 jaar samen. Ze hebben een enorm netwerk en een ontzettend veel ervaring. Zo kunnen ze allerlei deuren voor je openen, waarvan je niet eens wist dat ze bestonden.
Daarnaast zijn ze ontzettend goed in de communicatie. Ze communiceren kort en vriendelijk met mogelijke opdrachtgevers. Ze kunnen bijvoorbeeld op een uiterst respectvolle wijze vertellen dat het aangeboden bedrag ‘niet voldoet aan de verwachtingen’. Ik heb een paar mailtjes van ze bewaard vanwege die duidelijke, positieve formulering.

Mijn agent neemt mij heel veel papierwerk uit handen. Jij tekent, zij mailen :-). En weet je wat ik ook zo leuk vind: voor iedere opdracht krijg ik een ‘jobsheet’. Daar staat alle relevante informatie over de illustratie bij elkaar. Als ik een jobsheet via Patricia binnenkrijg staat er een tekening van een worm met een hoed op, bij Piper een lachende ezel.
Ik hoor ook wel eens hele andere verhalen over het werken met een agent. Dat bijvoorbeeld al het werk naar die ene ontzettend bekende illustrator gaat of dat je onbetaald aan pitches mee moet doen.
Van verschillende artdirectors en illustratoren heb ik gehoord dat het voor redactioneel werk niet nodig is om je bij een agentschap aan te sluiten. Voor mij geldt dat niet. Ik vind dat ik voldoende en gevarieerd werk krijg via het agentschap.

wallflower_web

Hoe is het zo gekomen dat je voor Lindgren & Smit bent gaan werken?
Ik ontving een kort vrolijk mailtje van Patricia Lindgren met de vraag of ik wilde overwegen om me bij hun aan te sluiten. Ze stelde voor dat ik hun website en de andere illustratoren zou bekijken en dat ze dan een week later zou bellen.
Die vrijheid en rust waardeerde ik. Omdat ik veel voor tijdschriften werk, zit ik vaak in een ‘haast-modus’. Natuurlijk heb ik wel gelijk na het lezen van deze mail hun website bekeken. Ik zag dat het een relatief klein agentschap is wat mij een fijne samenstelling leek. De illustratoren maken allemaal heel verschillend werk. Er zijn ook illustratoren bij die ik enorm bewonder, zoals Martin Haake of Cannaday Chapman.
Patricia lindgren vertelde me tijdens het telefoon gesprek over hun bureau, haar liefde voor illustratie (haar vader was illustrator), wonen en werken in New York. Sinds maart 2018 ben ik ingeschreven bij Lindgren & Smith en in april aangekondigd als nieuwe illustrator.

Wat voor soort opdrachten doe je voor heb?
De eerste opdracht die ik mocht doen was de cover van het uitgaansblad in Aspen. Deze opdrachtgever wist precies wat ze wilde dus er was niet veel creatieve vrijheid, maar dat vond ik op dat moment zelf wel veilig. Nu komen de opdrachten regelmatig binnen. Ik maak bijvoorbeeld maandelijks een illustratie voor ‘Experience Life’. Voedselrecensent Dara Moskowitz schrijft daarin boeiende stukken over de eetcultuur. Zo heb ik een illustratie gemaakt voor een artikel over exotische diersoorten die soms een ware plaag worden omdat ze bijvoorbeeld geen natuurlijke vijanden hebben. De adembenemend mooie duivelsvis dreigt bijvoorbeeld de Caribische Zee leeg te vreten. Een mogelijke oplossing daarvoor zou kunnen zijn om te zorgen dat de duivelsvis een delicatesse wordt.
De maand daarna kon ik dankzij Dara in ‘de wereld van de zaden’ duiken. Of beter gezegd: in het goed bewaren van oorspronkelijke zaden. Voor veel inheemse volken en tradities is het namelijk belangrijk om het goede gewas (zoals mais) in de juiste omstandigheden te laten groeien.
Maar de Amerikaanse tijdschriftenmarkt biedt meer verrassingen. Zo mag ik nu al voor de tweede keer een illustratie maken voor het blad ‘Angels on Earth’. Een tijdschrift over engelen!
Claudi Kessels

Werkte je daarvoor voor een Nederlands agentschap? Wat vind jij de voor- en nadelen van het werken voor een Amerikaans agentschap?
Ik heb nooit voor een Nederlands agentschap gewerkt, dus ik kan helaas niks over de verschillen vertellen. De voordelen die ik tot nu toe ervaar zijn de aanzienlijk hogere budgetten voor illustraties. Ook lijkt er echt geen discussie te bestaan over hergebruik van de illustratie. Dertig dagen na publicatie mag je met de illustratie doen wat jij wilt. Sterker nog, een tijdschrift heeft ooit een bestaande illustratie van mij geplaatst en hiervoor een vergoeding betaald. In hun ‘artists colofon’ hebben ze vervolgens de link naar mijn webshop gegeven waar prints met deze illustratie te koop zijn.
Wat ik ook heel prettig vind, is dat de mailtjes zo positief zijn: ‘Bedankt dat je met ons samen wil werken’.
Een nadeel is dat het lijkt of Amerikanen nooit vakantie hebben en ik altijd. Dat is soms wat onhandig bij het maken van afspraken over de inleverdatum. En ik krijg, vanwege het tijdverschil, vaak laat in de avond een nieuwe opdracht binnen. Soms moet je snel reageren, anders zoeken ze iemand anders.

experience_life_tvdinners_lr_claudikessels

creed1

Verschilt de Amerikaanse markt en het type opdrachten veel van de Nederlandse?
Nee, niet echt. Ik zie wel vaak bij succesvolle Amerikaanse illustratoren dat tekenvaardigheid belangrijk is. Mijn illustraties zijn ook behoorlijk sober in vergelijking met dat van veel Amerikaanse illustratoren. Maar ik heb nog maar net een tipje van de enorme Amerikaanse illustratiemarkt ontdekt, dus misschien klopt het helemaal niet wat ik zeg.

Voor buitenlandse agentschappen moet je vaak een bepaald jaarbedrag betalen. Waarvoor gebruiken agentschappen dit bedrag en kun je dit met je werk makkelijk terugverdienen?
Iedere illustrator bij Lindgren & Smit betaalt jaarlijks een vast bedrag voor promotie, de website en dergelijke. Daar moest ik wel even over nadenken want in Nederland waren de vergoedingen voor een redactionele illustratie inmiddels schrikbarend laag geworden. Over de investering heb ik mij achteraf geen zorgen hoeven te maken. Amerikaanse opdrachtgevers betalen heel goed. Gemiddeld 3 tot 4 keer zo veel als mijn Nederlandse opdrachtgevers.
De afspraak is dat alle opdrachten uit de Verenigde Staten via Lindgren & Smit gaan, ook als de opdrachtgever eerst mij benaderd. Verder vragen ze een hele gangbare commissie per afgeleverde illustratie.
Tijdens een masterclass illustratie in Wenen, heb ik een Amerikaanse artdirector ontmoet waarvoor ik af en toe heel gaaf werk mag doen. Ik stuur haar aanvragen ook door naar Lindgren and Smith, zij handelen factureringen af en ik sta over deze opdrachten minder commissie af omdat ze het zo goed vinden dat ik mee had gedaan aan die masterclass.

Lindgren & Smit

Als je als illustrator voor een agentschap wilt werken, hoe kun je dat dan het beste aanpakken?
Deze vraag heb ik gesteld aan Patricia. Ze vertelt dat het belangrijk is om als eerste te zoeken naar een agentschap wat goed past bij je stijl. Als je er een paar hebt gevonden, kijk dan goed naar hun ‘submission requirements’. Zelf vindt ze het meest prettig een e-mail te ontvangen waaruit duidelijk blijkt dat de illustrator weet wie ze is en dat de e-mail naast links naar de website en sociale media ook een goed voorbeeld van het werk bevat. Ze krijgt namelijk wel vijf of meer verzoeken per dag, dus het is heel vervelend om op een link te klikken zonder vooraf te weten of het werk ze aanspreekt. Ze vinden het zelf erg belangrijk om iedere e-mail te beantwoorden, maar groep-e-mails verzonden aan meerdere agentschappen beantwoorden ze niet.
De meeste illustrators waarmee ze werken zijn aangedragen door mensen die ze kennen, maar ze houden altijd hun ogen open voor fris nieuw talent.

Tot slot: Wat is je favoriete gum?
Ik heb niet echt één favoriete gum: sterker nog ik heb een soort kijkkast met een hele verzameling. Maar de blauw – roze gum is mijn favoriet. Niet om mee te gummen hoor: vreselijk ding. Maar ik geloofde vroeger echt dat het blauwe gedeelte inkt kon uit gummen … en ik vind het nog steeds zo’n beloftevol ding. De gele is mijn favoriete gebruiksgum: heel zacht. Bijna een kleedgum. Die doen het misschien nog beter en preciezer maar ik vind ze een beetje vies. Er staat ook een gummetje dat van mijn dochter is geweest op de foto: het koekje. Deze gummetjes verzamel ik niet hoor maar ik heb er een paar geadopteerd. Alle gummen uit mijn verzameling gebruik ik trouwens gewoon en mijn kinderen ook zie ik wel eens.

Favouriete gum Claudi Kessels
 
Foto’s en illustraties: Claudi Kessels, printscreen van website Lindgren & Smit

Shop the story
NOG MEER CLAUDI
Wil je Claudi blijven volgen? Goed idee!
Instagram
Website
Shop
portfolio bij Lindgren & Smith
Dit artikel bevat affiliate links

Elke dag tekenen

draw-every-day-jennifer-orkin-lewis

Mijn werk bestaat helaas veel minder uit tekenwerk dan ik van te voren had gedacht. Administratie, e-mails, website bijwerken, computerwerk en nog meer e-mails vullen vaak mijn dag. Na zo’n dag, vind ik het vaak lastig om vrij te tekenen. De ideeën die ik de hele dag opdeed zijn helemaal verdwenen en mijn hoofd zit vol. Terwijl tekenuren zo belangrijk zijn voor mijn ideevorming en de ontwikkeling van mijn handschrift.
Omdat dagelijkse Instagram challenges vooral mijn innerlijke criticus voedde in plaats van mijn creativiteit en zelfontwikkeling, ben ik gaan tekenen via kleine tekenopdrachten uit boeken.
Graag wil ik met jullie delen over welke twee boeken ik tot nu toe erg enthousiast ben.


Bookomslagen: Jennifer Orkin Lewis en Dana Fox

‘Draw every day, draw every way’
Dit boek van van Jennifer Orkin Lewis Lewis (ook wel bekend als August Wren) stond al heel lang op mijn verlanglijstje. Het idee is dat je een heel jaar lang elke dag een half uur tekent. Het boek is verdeeld in twaalf hoofdstukken waarbij je elke maand werkt vanuit een ander thema en met ander materiaal. Van balpen, kleurpotlood, gouden gelpen naar aquarel en leuke combinaties daarvan. In sommige maanden werk je op een andere papiersoort, zoals zwart papier of kraftpapier. De bedoeling is dat je werkt in het boek zelf, wat aan het einde van de maand een heel mooi overzicht geeft van alles wat je hebt gedaan. Ik heb ervoor gekozen om in mijn eigen schetsboek te werken.
Wat ik zelf er prettig vind aan dit boek, is dat er geen techniek of stijl word voorgeschreven. Je kunt daarom je eigen tekenstijl verder ontwikkelen met tekenmaterialen die je misschien normaal niet (vaak) gebruikt. De opdrachten zijn verder eenvoudig genoeg om gelijk en zonder veel vooronderzoek aan de slag te gaan. Gewoon elke dag ‘tekenen om te tekenen’. Dit werk bij mij enorm bevrijdend.
Jennifer heeft pas geleden nog een nieuw boek gemaakt. Dit boek heet ‘100 Days of drawing. Sketch, paint and doodle to one creative goal.’ Hier ben ik ook erg benieuwd naar!
draw-every-day-jennifer-orkin-lewis

Beeld: Jennifer Orkin Lewis

‘Watercolor with me. In the forest.’
Dit boek, geschreven en vormgegeven door Dana Fox, heb ik aangeschaft omdat het mij maar niet lukte om aquarelverf te temmen of -beter gezegd – mee te gaan met de flow van aquarelverf. Dana heeft een hele mooie schilderstijl en een minimalistisch kleuren palet dat mij aanspreekt. De onderwerpen zijn allemaal gerelateerd aan de natuur: veel bloemen en dieren. Het boek is prachtig (door Dana zelf) vormgegeven en opgedeeld in vier delen: nat op droog , nat in nat, het schilderen van een vacht en inkt met aquarel. Bijzonder aan dit boek is dat het papier bestaat uit stevig aquarelpapier, zodat je direct in het boek kunt werken.
Per keer maak je een kleine illustratie, die al voorgeschetst is in het boek. Met een beperkt aantal kleuren (maximaal 4) schilder je stap voor stap het figuurtje. Deze eenvoudige werkwijze maakt het mogelijk om je puur te richten op de techniek en de mogelijkheden van aquarel, wat je het later heel goed kunt gebruiken in je eigen werk. Ze leert je geen trucs om in haar stijl te schilderen, maar leert je vooral om ervaring op te doen met het materiaal. De opdrachten zijn trouwens makkelijk in een half uur te doen en daarom goed af te wisselen met Draw every way, draw every way.
Omdat het boek overal uitverkocht was, heb ik het e-book aangeschaft. Dit raad ik overigens niet aan. Het e-boek is helaas niet zo mooi en prettig vormgegeven is als het papierenboek.

watercolor-with-me
Foto’s en tekeningen: Thalysia van Esch

Weg vol hoofd en innerlijke criticus
Met deze twee boeken lukt het mij heel goed om elke dag minstens een half uur te tekenen en te schilderen. Vaak lukt het mij zelfs om mijn innerlijke criticus helemaal te laten verdwijnen. Af en toe ben ik uit enthousiasme nog in de verleiding iets te posten op sociale media, maar ik hou mij in. Het is zo fijn om te werken zonder dat resultaat er echt toe doet en mij puur te richten op mijn eigen ontwikkeling!
Beide boeken vind ik geschikt voor beginnende en ervaren tekenaars. Maar het boek ‘Watercolor with me’ is vooral voor tekenaars zonder veel ervaring met aquarel.

Jennifer Orkin Lewis
Jennifer on Instagram
Draw every day, draw every way
100 Days of drawing. Sketch, paint and doodle to one creative goal.

Dana Fox
Dana’s Youtube channel
Watercolor with me. In the forest.

Dit artikel bevat affiliatie links.

Illustratie podcast: 3 Point Perspective

Tijdens mijn teken- en schilderwerk luister ik graag podcasts en luisterboeken. Het leidt mij van mijn eigen gedachten af waardoor ik mij extra goed kan focussen op mijn werk.
Een illustratiepodcast die ik heel graag luister is 3 Point Perspective. Illustrators Will Terry, Lee White and Jake Parker behandelen elke week een onderwerp gerelateerd aan het illustratiewerk. Dit doen ze vaak op een erg grappige manier, waardoor je je soms in een gezellig vriendenclubje waant. 

Je krijgt veel tips op alle fronten van het vak, zoals werkproces, acquisitie en netwerken, de illustratiemarkt en het werken met art directors.  Een mooie tip van Lee White in aflevering 3 ‘Ship Happens’ vond ik bijvoorbeeld dat je – om iets in de wereld te brengen – zou moeten wennen aan ‘the idea of clumsey beginnings’.
Luistertip: begin te luisteren bij de eerste aflevering.
Naar welke podcasts luisteren jullie graag? We horen het graag.

Society of Visual Storytelling
iTunes
Google Play Music
Spotify.

illustratie: Thalysia van Esch

In Gesprek Met Enzo Pérès-Labourdette

spread-5-6-watikdebomenwilvertellen

Het boek ‘Anne, het paard en de rivier’ (een samenwerking van Enzo Pérès-Labourdette met schrijver Wouter Klootwijk) krijgt niet alleen van de GUMCLUB een dikke pluim en al onze zes duimen blij omhoog maar ook een vlag en wimpel van de CPNB en hoort volgens de stichting de Best Verzorgde Boeken tot één van best verzorgde van 2018. We zijn dan ook erg nieuwsgierig naar Enzo’s nieuwste boek: ‘Wat ik de bomen wil vertellen’. Zeker omdat we op Enzo’s instagram account zagen dat hij voor dit boek naar Spitsbergen (Spitsbergen!) is geweest om onderzoek te doen.
Wat een kleurrijk, bijzonder jaar moet dit zijn geweest. Daarom hebben we illustrator Enzo Pérès-Labourdette gevraagd naar zijn verhaal. Over zijn afgelopen -illustratie- jaar, de reis naar Spitsbergen, zijn werkwijze, en plannen voor het nieuwe jaar.

enzo_portret

enzo_anne

enzo_kinderboek_anne

spread uit ‘Anne, het paard en de rivier’.

Hoe kijk je terug op je illustratiejaar?
Mijn grootste hoogtepunt van het afgelopen jaar is het afmaken van mijn nieuwe prentenboek ‘Wat ik de bomen wil vertellen’. Het boek is geïnspireerd op een reis die ik heb gemaakt in 2016. Ik deze reis toen dankzij een beurs van de Fiep Westendorp Foundation kunnen maken naar het meest noordelijke dorp op aarde: Ny-Ålesund, op het pool-eiland Spitsbergen. Daar heb ik bijna drie weken met een bioloog (Maarten Loonen) onderzoek kunnen doen voor mijn boek. Met het boek wil ik het thema van klimaatverandering bespreekbaar maken voor kinderen. Het boek legt niet uit wat klimaatverandering is, maar zorgt er wel voor dat het kind vraagtekens krijgt bij het smelten van het poolijs. Zo kunnen de volwassenen die het voorlezen zelf kiezen hoe ze het gesprek aangaan. Ook won mijn eerste kinderboek ‘Anne, het paard en de rivier’ een aantal prijzen. Het boek werd bekroond met een vlag en wimpel en werd gekozen tot één van de best verzorgde boeken van 2017. Ook leuk!

enzo_wat_ik_de_bomen_vertellen_wil

Deze zomer werd Emilie Sitzia bijzonder hoogleraar illustratie aan de Universiteit van Amsterdam. De titel van haar inauguratie rede is een citaat van jou: ‘Illustration is everyone’s mother tongue’. Hoe kwam je tot deze uitspraak?

Ja, dat klopt! Ik zei dit tegen Emilie tijdens een gesprek over waarom ik heb gekozen illustrator te worden. Ik ben, toen ik zeven was, vanuit Frankrijk naar Nederland verhuisd maar beheerste de Nederlandse taal niet. Ik kwam er al snel achter dat ik met tekeningen wel gewoon kon communiceren met klasgenootjes. Illustraties zijn een universele taal die we als kind al beheersen.

Wat zijn je plannen voor het nieuwe jaar?
Ik ben best een beetje extreem in het stellen van ‘nieuwjaarsdoelen’. Een soort goede voornemens maar dan to the max. Ik kies altijd een thema uit waar ik mijn doelen omheen plan. Dit jaar was mijn thema ‘gezondheid’. Als freelance illustrator vergeet je weleens goed voor jezelf te zorgen omdat je zo met je passie bezig bent. Maar als je niet goed in je vel zit als creatieveling maak je ook geen goed werk. Zo heb ik mezelf heel streng verplicht om drie keer per week te gaan sporten. Ook heb ik leren mediteren en ben ik een dagboek bij gaan houden. Ik merk dat ik veel meer evenwicht heb in m’n leven daardoor en problemen tijdens projecten veel meer los kan laten.

Ik denk dat ik van 2019 een ‘samenwerking’ jaar maak. Ik wil meer met makers uit andere disciplines werken om zo tot spannende projecten te komen. Animatie, keramiek, textiel … en wie weet wat meer! Ik ben nu bezig met een volgend boek van Wouter Klootwijk. Ook ontwerp ik een collectie sjaals voor een klant in Vietnam, een superleuk groot project.

enzo_shawl

sjaal ontwerp for Monsieur Fox – heren accessoires Dubai

Wat goed om te horen dat er een nieuw boek van jou en Wouter Klootwijk aankomt. Wilde je altijd al (kinder)boeken maken?
Als kind verzon ik samen met mijn Engelse opa sprookjes en verhalen. Hij schreef deze op in een schriftje en dan maakte we er vervolgens samen een tekening bij. Ik denk dat ik eigenlijk toen al eigen boeken wou maken.

Hoe begin je aan een nieuw boek?
Ik verzamel eerst ontzettend veel beeldmateriaal om de sfeer van het boek een beetje te bepalen en zal vervolgens veel nadenken over hoe de wereld eruit ziet waarin ik mijn personages wil plaatsen. Het is een beetje alsof ik het decor voor een operastuk in mijn hoofd inbeeld. Dat zie je ook altijd van de voorkant, net als wanneer je een prentenboek inkijkt. Ik schets vervolgens de beelden zoals ik die voor me zie. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik echt ontzettend weinig schets. Ik heb bijvoorbeeld helemaal geen schetsboeken. Alleen maar gigantische verzamelingen beeld. Het belangrijkste is om het verhaal uit te schetsen per pagina. Deze pagina’s plak ik dan aan elkaar om te kijken of het verhaal goed werkt wanneer de pagina’s omgeslagen worden. Maar vervolgens ga ik meteen door met het uiteindelijk beeld.

schetsen_enzo_bomen

spread-5-6-watikdebomenwilvertellen

spread uit: ‘Wat ik de bomen wil vertellen’ – Enzo Pérès-Labourdette

Wat is jouw tip voor (beginnende) illustratoren?
Ik ben zelf net een paar jaar afgestudeerd, maar als ik een tip zou moeten geven is het dat elke stap die ik zet precies hetgene is wat ik eng vind! Als iets spannends of onwennig voelt als mens is dat vaak precies wat je moet doen. Ik was vroeger ontzettend bang om uit de kast te komen, maar toen het eenmaal was gebeurd voelde het zó bevrijdend. Het voordeel daarvan was dat vervolgens weinig dingen nog echt eng zijn. Toen ik nog studeerde vond ik het heel eng om artdirectors te mailen voor opdrachten. Dus ik bedacht wat ik het spannends zou vinden (The New York Times) en heb ze toen gemaild. Dat was toen meteen mijn eerste grote opdracht! Alle goede dingen tot nu toe in mijn carrière zijn zo tot stand gekomen.

Silenceofthebugs-NYT-EnzoPeresLabourdette

redactionele illustratie voor opiniepagina New York Times

Tot slot: Wat is je favoriete gum?
Ik gebruik eigenlijk nooit een gum omdat ik vooral in waterverf werk. Ik koop om de zoveel tijd een gum omdat ik de oude niet kan vinden, en raak hem dan na een keer gebruiken weer kwijt. Dus naar deze twee moest ik ook even zoeken.

gummen_enzo_2

 

Foto’s en illustraties: Enzo Pérès-Labourdette
beeld op de homepagina: spread uit ‘Wat ik de bomen wil vertellen’ van Enzo Pérès-Labourdette

Shop the story
links naar namen die genoemd zijn in het interview én de links zodat je Enzo kan blijven volgen
Wil je Enzo blijven volgen? Goed idee!
Instagram
Website
Shop

Dit artikel bevat affiliate links